Alexander Calder: De Erfenis van een Bewegende Kunstenaar

07/08/2016

★★★★★Rating: 3.94 (13253 votes)

De naam Alexander Calder roept vaak beelden op van elegante, balancerende vormen die sierlijk bewegen in de lucht. Zijn bijdrage aan de moderne kunst is onmiskenbaar en zijn werk blijft tot op de dag van vandaag mensen fascineren. Maar een vraag die vaak opduikt, is: leeft Alexander Calder nog? Het antwoord is nee. Alexander Calder, de revolutionaire Amerikaanse beeldhouwer, geboren op 22 juli 1898, overleed onverwacht op 11 november 1976. Zijn dood markeerde het einde van een tijdperk voor een kunstenaar die de definitie van beeldhouwkunst voorgoed veranderde. Desondanks leeft zijn nalatenschap voort in zijn talloze werken die over de hele wereld te zien zijn en in de blijvende invloed die hij heeft gehad op de kinetische kunst.

Is Alexander Calder still alive?
"Alexander Calder, Leading US Artist, Dies". The New York Times. Archived from the original on March 3, 2018. Retrieved December 20, 2017. ^ "Archived item". Archived from the original on July 10, 2007. Retrieved July 10, 2007. ^ "Alexander Calder: The Great Discovery". Gemeentemuseum Den Haag. Archived from the original on June 18, 2012.

Calder was een ware pionier, een kunstenaar die de grenzen van traditionele beeldhouwkunst verlegde en beweging introduceerde als een essentieel esthetisch element. Zijn innovatieve benadering, die zowel toeval als precisie omarmde, maakte hem tot een van de meest invloedrijke figuren van de 20e eeuw. Laten we dieper ingaan op het buitengewone leven en de carrière van deze visionaire kunstenaar, van zijn onverwachte start als ingenieur tot zijn wereldberoemde creaties.

Inhoudsopgave

Het Leven van een Visionair: Van Ingenieur tot Kunstenaar

Alexander 'Sandy' Calder werd geboren in Lawnton, Pennsylvania, in een familie die diep geworteld was in de kunstwereld. Zijn grootvader, Alexander Milne Calder, was een Schotse beeldhouwer die bekend werd door het kolossale standbeeld van William Penn op het stadhuis van Philadelphia. Zijn vader, Alexander Stirling Calder, was eveneens een vooraanstaand beeldhouwer met vele openbare installaties, voornamelijk in Philadelphia. En zijn moeder, Nanette Lederer, was een professionele portretschilderes die in Parijs had gestudeerd. Ondanks deze artistieke achtergrond, en hoewel hij al op jonge leeftijd een aanleg voor kunst toonde – op driejarige leeftijd poseerde hij voor een sculptuur van zijn vader en op vierjarige leeftijd maakte hij zijn vroegste sculptuur, een kleien olifant – moedigden zijn ouders hem aanvankelijk niet aan om kunstenaar te worden. In plaats daarvan koos Calder, enigszins onzeker over de exacte betekenis ervan, voor een studie werktuigbouwkunde aan het Stevens Institute of Technology in Hoboken, New Jersey, waar hij in 1919 afstudeerde.

Na zijn afstuderen bekleedde Calder diverse banen, variërend van hydraulisch ingenieur tot tekenaar voor de New York Edison Company. Een cruciaal moment in zijn leven vond plaats in juni 1922, toen hij als monteur werkte op het passagiersschip H.F. Alexander. Tijdens een reis van San Francisco naar New York City, terwijl hij op dek sliep, werd hij vroeg in de ochtend wakker voor de kust van Guatemala. Hij was getuige van de zon die opkwam aan de ene horizon, terwijl de volle maan tegelijkertijd onderging aan de tegenovergestelde horizon. Deze ervaring, die hij beschreef als het zien van 'een vurige rode zonsopgang aan de ene kant en de maan als een zilveren munt aan de andere', was een diepe inspiratie die hem deed beseffen dat hij kunstenaar wilde worden. Kort daarna keerde hij terug naar New York om een carrière in de kunst na te streven.

In New York schreef Calder zich in aan de Art Students League. Een van zijn opdrachten voor de National Police Gazette in 1925 was het schetsen van het Ringling Bros. en Barnum & Bailey Circus. Deze ervaring fascineerde hem enorm en de circuswereld zou een terugkerend thema worden in zijn latere werk. In 1926 verhuisde hij naar Parijs, een broedplaats voor avant-gardistische kunstenaars. Hier ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, Louisa James, en raakte hij bevriend met invloedrijke figuren zoals Joan Miró, Fernand Léger, Jean Arp en Marcel Duchamp. Deze periode in Parijs was cruciaal voor zijn artistieke ontwikkeling, waar hij de basis legde voor zijn meest iconische creaties. In 1933 keerden Calder en Louisa terug naar Amerika en vestigden zich op een boerderij in Roxbury, Connecticut, waar ze hun twee dochters, Sandra en Mary, grootbrachten.

Alexander Calder overleed onverwacht in november 1976 aan een hartaanval, kort na de opening van een belangrijke overzichtstentoonstelling in het Whitney Museum in New York. Hoewel zijn leven eindigde, was zijn invloed op de kunstwereld nog maar net begonnen.

De Revolutionaire Kunst van Calder: Mobiles en Stabiles

Calder's artistieke doorbraak kwam voort uit een diepgaande nieuwsgierigheid naar beweging en ruimte. In Parijs begon hij in 1926 met het creëren van zijn Cirque Calder, een miniatuurcircus gemaakt van draad, stof, touw, rubber, kurk en andere gevonden voorwerpen. Dit transporteerbare kunstwerk, dat uiteindelijk vijf grote koffers vulde, werd een populaire attractie onder de Parijse avant-garde en legde de basis voor zijn latere kinetische werken.

Vervolgens begon Calder met wat hij 'tekenen in de ruimte' noemde: draadsculpturen. Deze driedimensionale tekeningen, vaak van figuren en portretten, toonden zijn vermogen om met minimale middelen maximale expressie te bereiken. Zijn eerste solotentoonstelling van deze sculpturen vond plaats in 1929 in Galerie Billiet in Parijs.

Een bezoek aan de studio van Piet Mondriaan in 1930 was een keerpunt. Calder was diep onder de indruk van de omgeving als installatie, wat hem 'schokte' en ertoe aanzette om de abstracte kunst volledig te omarmen. Deze ervaring leidde tot zijn eerste werkelijk kinetische sculpturen, aanvankelijk aangedreven door motoren. Deze werken, die de traditionele notie van een statisch kunstwerk doorbraken en gebaar en immaterialiteit als esthetische factoren integreerden, werden zijn handelsmerk.

Marcel Duchamp, een goede vriend van Calder, bedacht in 1931 de term 'mobiles' voor deze bewegende abstracte sculpturen, een Frans woordspeling die zowel 'beweging' als 'motief' betekent. Calder merkte echter dat de gemotoriseerde werken soms eentonig werden in hun voorgeschreven bewegingen. Zijn oplossing, die hij in 1932 vond, waren hangende sculpturen die hun beweging ontleenden aan aanraking of luchtstromen. Deze vroege mobiles waren gemaakt van draad, gevonden voorwerpen en hout. Later, in 1934, volgden de staande mobiles voor buiten, gemaakt van industriële materialen, die door de open lucht in beweging werden gezet. Deze windmobiles bestonden uit abstracte vormen die delicaat in evenwicht waren gebracht op draaibare staven, wat een natuurlijke, verschuivende wisselwerking van vormen en ruimtelijke relaties mogelijk maakte.

Naast zijn mobiles experimenteerde Calder ook met zelfdragende, statische, abstracte sculpturen. Deze werden in 1932 door Jean Arp 'stabiles' genoemd, om ze te onderscheiden van de mobiles. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, geconfronteerd met een tekort aan aluminium, keerde Calder terug naar gesneden hout en creëerde hij een nieuwe open vorm van sculptuur, de 'constellaties'. Na de oorlog begon hij vormen uit plaatmetaal te snijden, die hij met zijn kenmerkende gedurfde tinten handmatig beschilderde.

Vergelijking: Mobiles vs. Stabiles
KenmerkMobilesStabiles
BewegingKinetisch, beweegt door luchtstroom, aanraking of motor (vroege werken)Statisch, vaststaand
VormHangend of staand, delicate balansVrijstaand, geaarde, soms monumentale vormen
MateriaalDraad, gevonden voorwerpen, hout, later plaatmetaalMeestal plaatstaal, vaak geschilderd
EsthetiekVeranderend, dynamisch, lichtheidVast, monumentaal, aanwezigheid
NaamgeverMarcel DuchampJean Arp

Monumentale Werken: Kunst in de Publieke Ruimte

Vanaf de jaren 50 richtte Calder zich steeds meer op het produceren van monumentale sculpturen, een periode die bekend staat als zijn 'agrandissements'. In de jaren 60 ontving hij steeds meer openbare opdrachten. Zijn eerste buitenwerken maakte hij al in 1934 in zijn studio in Roxbury, Connecticut, waarbij hij dezelfde technieken en materialen gebruikte als voor zijn kleinere stukken. Hoewel de eerste buitenmobiles te delicaat waren voor sterke wind, herzag Calder zijn fabricageproces en begon hij vanaf 1936 kleinere maquettes te maken die hij vervolgens tot monumentale proporties vergrootte.

De schaalvergroting van zijn werken was een complex proces. Calder tekende zijn ontwerpen op papier en vergrootte deze vervolgens met behulp van een raster. De grotere werken werden vervaardigd volgens zijn exacte specificaties, waarbij hij echter de vrijheid behield om vormen of lijnen indien nodig aan te passen. Veel van Calders monumentale stabiles en mobiles werden na 1962 vervaardigd bij Etablissements Biémont in Tours, Frankrijk. Hij maakte een model van zijn werk, de technische afdeling schaalde het op onder zijn leiding, en technici voltooiden het eigenlijke metaalwerk – alles onder Calders waakzame oog. De stabiles werden gemaakt van staalplaat en vervolgens geschilderd.

Enkele van zijn meest opmerkelijke openbare kunstwerken zijn .125 (1957) voor JFK Airport in New York, Spirale (1958) voor UNESCO in Parijs, en Trois disques, in opdracht voor Expo 67 in Montreal. Zijn grootste sculptuur, met een hoogte van 25,7 meter, was El Sol Rojo, gebouwd buiten het Estadio Azteca voor de 'Culturele Olympiade' van de Olympische Zomerspelen van 1968 in Mexico-Stad. Veel van zijn openbare kunstwerken werden in opdracht van gerenommeerde architecten gemaakt; zo gaf I.M. Pei opdracht voor La Grande Voile, een 25 ton wegende, 12 meter hoge stabile sculptuur voor het Massachusetts Institute of Technology in 1966.

Helaas is niet al zijn openbare kunst bewaard gebleven. Zijn Bent Propeller (1971), geïnstalleerd bij de ingang van de North Tower van het World Trade Center in New York City, werd verwoest tijdens de aanslagen van 11 september 2001. Andere iconische werken zijn Flamingo (1974) op Federal Plaza en Universe (1974) bij Sears Tower in Chicago, en Four Arches (1973) in Los Angeles. Zelfs na zijn dood werden ontwerpen van Calder gerealiseerd, zoals Mountains and Clouds (1985) voor het Hart Senate Office Building in Washington, D.C., een massief plaatmetalen project van 35 ton dat de negen verdiepingen van het atrium beslaat.

Verder Dan Beeldhouwkunst: Schilderen, Grafiek en Meer

Hoewel Calder vooral bekend is om zijn sculpturen, was hij ook een productieve schilder en graficus. Vanaf de vroege jaren 20 schilderde hij gedurende zijn hele carrière. Hij verdiepte zich in de grafiek in 1925 en produceerde talloze illustraties voor boeken en tijdschriften, waaronder inkttekeningen van dieren voor een publicatie van Aesopus' fabels in 1931. Naarmate zijn sculpturen abstracter werden, gold dit ook voor zijn prenten. De dunne lijnen die in zijn eerdere werken figuren definieerden, begonnen nu groepen geometrische vormen af te bakenen, vaak in beweging. Calder gebruikte zijn prenten ook voor maatschappelijke doeleinden, zoals in zijn posterprenten uit 1967 en 1969, die protesteerden tegen de Vietnamoorlog.

Is Alexander Calder still alive?
"Alexander Calder, Leading US Artist, Dies". The New York Times. Archived from the original on March 3, 2018. Retrieved December 20, 2017. ^ "Archived item". Archived from the original on July 10, 2007. Retrieved July 10, 2007. ^ "Alexander Calder: The Great Discovery". Gemeentemuseum Den Haag. Archived from the original on June 18, 2012.

Een van Calders meest ongebruikelijke projecten was een opdracht van Braniff International Airways om een volledige Douglas DC-8-62 viermotorige straaljager te beschilderen als een 'vliegend canvas'. Dit vliegtuig, genaamd Flying Colors, was een spectaculair voorbeeld van kunst in de lucht. Later ontwierp Calder nog een Boeing 727, de Flying Colors of the United States, ter ere van het Amerikaanse Bicentennial. In 1975 kreeg Calder ook de opdracht om een BMW 3.0 CSL-auto te beschilderen, wat het allereerste voertuig was in het prestigieuze BMW Art Car Project.

Daarnaast creëerde Calder meer dan 2.000 sieraden gedurende zijn carrière, vaak als geschenken voor vrienden. Deze intieme kunstwerken, meestal gemaakt van messing en staal met stukjes keramiek, hout en glas, weerspiegelden zijn fascinatie voor kunst uit Afrika en andere continenten. Calder gebruikte zelden soldeer; in plaats daarvan verbond hij metalen stroken met lussen, bond ze samen met stukjes draad of maakte klinknagels. Hij maakte zijn eerste sieraden al op achtjarige leeftijd voor de poppen van zijn zus, met koperdraad dat hij op straat vond. Beroemde ontvangers van zijn juwelen waren onder andere Joan Miró, Peggy Guggenheim, Georgia O'Keeffe, Teeny Duchamp en Bella Rosenfeld.

Calder's creativiteit strekte zich ook uit tot het theater. Hij ontwierp toneelsets voor meer dan een dozijn theatrale producties, waaronder Martha Graham's Panorama (1935) en de symfonische drama Socrate (1936) van Erik Satie. Zijn 'ballet' Works in Progress (1968), dat hij zelf bedacht en in het Romeinse Operahuis produceerde, bevatte een scala aan mobiles, stabiles en grote geschilderde achtergronden, waarbij Calder zijn toneelsets beschreef als dansers die een choreografie uitvoerden vanwege hun ritmische beweging.

Calder's Nalatenschap: Tentoonstellingen en de Kunstmarkt

De erkenning van Alexander Calder als een van de meest vooraanstaande kunstenaars van de 20e eeuw groeide gestaag. Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in 1927 in de Gallery of Jacques Seligmann in Parijs, gevolgd door zijn eerste Amerikaanse solotentoonstelling in 1928 in de Weyhe Gallery in New York City. Het Museum of Modern Art in New York was vanaf de vroege jaren 30 een groot voorstander van zijn werk en nam hem in 1936 op in de tentoonstelling 'Cubism and Abstract Art' van Alfred H. Barr Jr.

Zijn eerste overzichtstentoonstelling werd gehouden in 1938 in de George Walter Vincent Smith Gallery in Springfield, Massachusetts. In 1943 organiseerde het Museum of Modern Art een grote Calder-retrospectief, samengesteld door James Johnson Sweeney en Marcel Duchamp; deze tentoonstelling moest worden verlengd vanwege het overweldigende aantal bezoekers. Verdere belangrijke overzichtstentoonstellingen vonden plaats in het Solomon R. Guggenheim Museum in New York (1964), de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence, Frankrijk (1969), en het Museum of Contemporary Art in Chicago (1974).

Aanvankelijk waren Calders werken in de late jaren 30 en vroege jaren 40 niet erg gewild en werden ze voor relatief lage prijzen verkocht. Het Museum of Modern Art kocht zijn eerste Calder in 1934 voor slechts $60. Tegen 1948 had Calder echter bijna een hele solotentoonstelling in Rio de Janeiro uitverkocht, waarmee hij de eerste internationaal erkende beeldhouwer werd. Zijn marktwaarde steeg gestaag, en in de 21e eeuw bereikten zijn werken recordprijzen op veilingen, met de vliegende vis 'Poisson volant' (1957) die in 2014 voor $25,9 miljoen werd verkocht, een veilingrecord voor de beeldhouwer.

De Calder Foundation, opgericht in 1987 door Calders familie, is toegewijd aan het verzamelen, tentoonstellen, bewaren en interpreteren van de kunst en archieven van Alexander Calder. De stichting beheert een enorme collectie van meer dan 600 sculpturen, duizenden olieverfschilderijen, werken op papier, speelgoed, sieraden en huishoudelijke voorwerpen. Onder leiding van Calders kleinzoon, Alexander S. C. 'Sandy' Rower, speelt de stichting een cruciale rol in het organiseren van wereldwijde tentoonstellingen en het handhaven van de integriteit van Calders oeuvre.

De stichting is ook betrokken bij authenticiteitskwesties, aangezien zij de autoriteit is voor het registreren en onderzoeken van Calders werken. Dit is niet zonder controverse gebleken, zoals in de zaken rond 'Rio Nero' (1993) en 'Two White Dots' (1995), waarbij de authenticiteit van werken die aan Calder werden toegeschreven, werd betwist. Deze zaken benadrukken het belang van een erkende instantie zoals de Calder Foundation voor het beschermen van de nalatenschap van een kunstenaar.

Veelgestelde Vragen

Wanneer leefde Alexander Calder?

Alexander Calder werd geboren op 22 juli 1898 en overleed op 11 november 1976. Hij leefde dus van het einde van de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw, en zijn artistieke carrière omspande het grootste deel van deze periode.

Wat zijn 'mobiles' en 'stabiles'?

Mobiles zijn kinetische sculpturen die bewegen, vaak door luchtstromen of aanraking, maar oorspronkelijk ook door motoren. Ze staan bekend om hun delicate balans en sierlijke, onvoorspelbare bewegingen. Stabiles zijn daarentegen statische, niet-bewegende sculpturen, vaak grootschalige werken gemaakt van plaatstaal, die een stevige en monumentale aanwezigheid hebben.

Waarom is Calder zo belangrijk in de kunstgeschiedenis?

Calder wordt beschouwd als een van de belangrijkste vernieuwers van de 20e eeuw. Hij introduceerde beweging als een fundamenteel element in de beeldhouwkunst, waarmee hij de traditionele opvatting van een statisch kunstwerk doorbrak. Zijn mobiles en stabiles zijn iconisch en hebben de deuren geopend voor vele vormen van kinetische kunst en abstracte kunst.

Waar kan ik werken van Calder zien?

Werken van Alexander Calder zijn te vinden in talloze prestigieuze collecties en musea wereldwijd. Enkele van de belangrijkste zijn het Whitney Museum of American Art (New York, met de grootste collectie), het Solomon R. Guggenheim Museum (New York), het Museum of Modern Art (New York), het Centre Georges Pompidou (Parijs), en de National Gallery of Art (Washington, D.C.). Vanaf september 2025 opent ook de Calder Gardens in Philadelphia, een centrum gewijd aan zijn werk.

Wat is de Calder Foundation?

De Calder Foundation is een non-profitorganisatie die in 1987 door de familie van Calder werd opgericht. Haar missie is het verzamelen, tentoonstellen, bewaren en interpreteren van de kunst en archieven van Alexander Calder. De stichting speelt een sleutelrol in het promoten van zijn nalatenschap en het verifiëren van de authenticiteit van zijn werken.

De bijdrage van Alexander Calder aan de kunst is van onschatbare waarde. Hij daagde de conventies uit, bracht speelsheid en dynamiek in de beeldhouwkunst en creëerde een unieke visuele taal die tot op de dag van vandaag resoneert. Hoewel de kunstenaar zelf in 1976 overleed, blijft zijn werk leven en ademen, en herinnert het ons aan de grenzeloze mogelijkheden van menselijke creativiteit en de blijvende kracht van beweging.

Als je andere artikelen wilt lezen die lijken op Alexander Calder: De Erfenis van een Bewegende Kunstenaar, kun je de categorie Mode bezoeken.

Go up